Autisme

Achtergrond informatie
Autisme is een ontwikkelingsstoornis die zich kenmerkt door beperkingen in de sociale interactie, de communicatie en (bij kinderen tot 3 jaar) zich steeds herhalend gedrag.

Voor autisme of autistische stoornissen worden vaak ook andere termen gebruikt, zoals klassiek autisme, de stoornis van Asperger, pervasieve en atypische ontwikkelingsstoornissen. Deze termen beschrijven elk een aandoening die behoort tot de autistische stoornissen. In het Engels spreekt men van Pervasive Development Disorder (PDD).

Uit de naam van de stoornis blijkt niet of het gaat om een lichte of een zwaardere vorm van autisme. Alle mensen met autisme ervaren ieder voor zich hun eigen beperkingen en problemen. Soms ervaart alleen de omgeving dat iemand anders is.

Autistische stoornissen vallen onder de psychiatrische stoornissen en worden geclassificeerd volgens de criteria van de DSM-IV-TR, een systeem dat wereldwijd gebruikt wordt. Binnen deze criteria worden vijf subgroepen van autisme onderscheiden:

* (klassiek) autisme
* stoornis van Asperger
* PDD-NOS
* RETT-syndroom
* Desintegratiestoornis van de kinderleeftijd

Socrates, Einstein, Mozart en Andy Warhol. Het zijn maar enkele namen van mensen van wie wordt verondersteld dat ze een vorm van autisme hadden.

In Nederland heeft naar schatting ongeveer 1% van de mensen een autisme spectrum stoornis, een verzamelterm voor alle vormen van autisme. Autisme komt vaker voor bij mannen dan bij vrouwen. In 90% van de gevallen heeft autisme te maken met een erfelijke aandoening. De resterende 10% zou door omgevingsvariabelen veroorzaakt worden. De (ontwikkelings)leeftijd, individuele kwetsbaarheid (andere syndromen, epilepsie) en in beperkte mate omgevingsinvloeden (de onaangepaste samenleving) bepalen mede de ernst en de vorm van autisme, maar niet de oorzaak. De stoornis begint al voor het derde levensjaar en vaak komen de problemen op school aan het licht. Per individu kan de mate waarin autisme zich voordoet sterk verschillen. Zeer weinig personen vertonen alle symptomen.

De tekortkomingen in de communicatie komen al vroeg in de ontwikkeling tot uiting. Communicatie is gebaseerd op betekenisverlening. Men onderscheidt: de expressieve communicatie (het uiten) en de receptieve communicatie (het begrijpen). Voor beide soorten geldt dat voor mensen met autisme de techniek van de taal – onder andere zinsopbouw en woordenschat – begrijpelijk is, maar dat de sociale aspecten van communicatie de moeilijkheid vormen. Hieraan ligt ten grondslag de problematiek van samenhang aanbrengen binnen de taal en het beperkte inlevings- en verplaatsingsvermogen. Problemen doen zich voor, als de andere partij bijvoorbeeld woordgrapjes of sarcastische, spreekwoordelijke of emotioneel gekleurde begrippen gaat gebruiken.

Een kind dat een normale ontwikkeling doormaakt zal rond zijn eerste levensjaar zijn aandacht op iets gezamenlijks kunnen richten. Het kind vraagt hierbij de aandacht van een ander door te wijzen naar een bepaalde gebeurtenis of voorwerp. Ook het kijken in dezelfde richting als een ander, als deze zijn hoofd draait om naar iets te kijken, is een vorm van ‘gezamenlijke aandacht’. Bij een persoon met autisme kan er sprake zijn van een vertraagde ontwikkeling van ‘gezamenlijke aandacht’. Het kan zijn dat dit gedrag niet of slechts beperkt ontwikkeld wordt. Als er ook sprake is van een verstandelijke handicap komt dit alles vaak nog duidelijker naar voren.

De stoornis binnen de sociale interactie is vaak het opvallendste kenmerk van autisme. Mensen verwachten van elkaar een bepaalde vorm van socialiteit, zeker als het gaat om de opbouw van een relatie, waarin ook wederkerigheid wordt verwacht.

Voor mensen met autisme kunnen dit soort zaken erg moeilijk zijn, omdat er voor sociale interacties geen duidelijke en vaste regels zijn en zij dus weinig houvast hebben. Door hun probleem met empathie is het ook erg moeilijk voor hen om zich in de gevoelens en gedachtengang van de ander te verplaatsen. Ook zijn mensen met autisme zelf niet goed in het verwoorden van hun gevoelens, omdat deze veel te abstract zijn om daar een concrete betekenis aan toe te kennen.

De behandeling
Er bestaat geen regulier medicijn tegen autisme, maar ondersteuning met magnesium, vitamine B-complex, tyrosine en theanine kan soms goede resultaten geven, gericht op beïnvloeding van gedrag en hersenactiviteit.

Natuurlijk elke patiënt is uniek en dus is een juiste anamnese heel belangrijk voor de juiste behandeling.

Een van de belangrijkste middelen ter behandeling van autisme is vitamine B6. Er zijn veel studies bekend waarin vitamine B6 werd onderzocht als behandeling van autisme. Deze studies hebben positieve resultaten opgeleverd en er zijn geen belangrijke bijverschijnselen gerapporteerd. Tussen 30 en 40% van de patiënten in deze studies toonde een belangrijke verbetering. Er was beter oogcontact, minder driftig gedrag, meer interesse in de wereld rondom heen, minder woede-uitbarsting, meer spraak en in het algemeen werden de patiënten normaler, ofschoon ze niet geheel genezen werden.

Elke patiënt is uniek, dus voor een consultatie op maat kunt u met Alfa Praktijk een afspraak maken.